16 December heeft het ministerie van SZW het consultatiedocument met het wetsvoorstel Wet Toekomst Pensioenen gepubliceerd. Dit wetsvoorstel bevat de lang verwachte beoogde uitwerking van het eerder dit jaar gesloten Pensioenakkoord. Zowel de wet als de bijbehorende memorie van toelichting zal de komende tijd zeer nauwkeurig bestudeerd en beoordeeld worden door vele partijen binnen de pensioensector. Voor veel fondsen heeft de brief van minister Koolmees, waarin hij de Tweede Kamer informeert over het transitie financieel toetsingskader (transitie-ftk), wellicht de meest directe impact.

In de brief geeft de minister aan reden te zien de bestaande wetgeving, het reguliere ftk, tijdelijk te herzien in aanloop naar het nieuwe stelsel. Dit om te voorkomen dat pensioenfondsen nu maatregelen moeten nemen die niet nodig zijn om evenwichtig in te varen in het nieuwe stelsel. En ook omgekeerd dat handelingen die in het kader van een verantwoorde, uitlegbare en evenwichtige overstap naar het nieuwe stelsel nodig zijn, niet worden nagelaten. Het transitie-ftk gaat in op 1-1-2022 en loopt tot 1-1-2026 en geldt voor pensioenfondsen die verwachten te zullen invaren in het nieuwe pensioenstelsel. Op het moment dat een pensioenfonds het transitie-ftk verlaat omdat het besluit bestaande aanspraken niet in te varen naar het nieuwe stelsel, moet het bij het eerstvolgende meetmoment weer voldoen aan de regels van het reguliere ftk.

Het wijkt op een aantal belangrijke punten af van het reguliere ftk.

Richtdekkingsgraad

Het transitie-ftk gaat er in beginsel vanuit dat de benodigde dekkingsgraad bij invaren minimaal 95% is, dit wordt de richtdekkingsgraad genoemd. Fondsen zullen deze zelf in de loop naar de transitie exact moeten bepalen, maar er geldt een minimum van 95% voor alle fondsen. Zolang het implementatieplan nog niet is ingediend geldt voor alle fondsen een richtdekkingsgraad van 95%.

Het doel van deze richtdekkingsgraad is dat fondsen zullen toegroeien naar deze richtdekkingsgraad. Hoe een fonds hier naartoe groeit voor 1-1-2026, moet in eerste instantie in 2022 worden bepaald en vastgelegd in een overbruggingsplan, vergelijkbaar met het bestaande herstelplan. Mocht hieruit blijken dat de dekkingsgraad van 95% (of de voor het fonds anders vastgestelde richtdekkingsgraad) niet voor 1-1-2026 kan worden behaald, zal direct moeten worden gekort tot het niveau waarop dit herstel wel haalbaar is.

Vervolgens zal jaarlijks in dit overbruggingsplan worden getoetst of tijdig herstel tot de richtdekkingsgraad nog steeds haalbaar is. Mocht dit in enig jaar niet het geval zijn, zal direct moeten worden gekort. Deze korting mag echter wel worden gespreid tot 1-1-2026 en is voorwaardelijk.

Net als bij de huidige vrijstellingsregeling, geldt in het transitie-ftk te allen tijde een minimale dekkingsgraad van 90%. Hiermee wordt voorkomen dat fondsen grote financiële problemen kunnen blijven doorschuiven tijdens de transitieperiode.

Premie en indexatie tijdens transitieperiode

In de brief gaat minister Koolmees ook in op de premies en indexatiemogelijkheden tijdens de transitieperiode. Fondsen die gebruik maken van het transitie-ftk, mogen vanaf 2022 al pensioen verhogen bij een dekkingsgraad hoger dan 105%. Daarbij worden sociale partners opgeroepen om te bepalen of de premiestelling in de overbruggingsperiode past bij een adequaat pensioen in het nieuwe stelsel. In het overbruggingsplan moeten fondsen ook aangeven hoe de premiedekkingsgraad met het oog op de transitie bijdraagt aan de financiële positie van het fonds.

Al met al biedt het transitie-ftk vooral verlichting voor fondsen. Fondsen met lage dekkingsgraad zien hun kortingsdreiging afnemen en fondsen met hogere dekkingsgraad hun indexatieperspectief juist toenemen. Mogelijk biedt dit ook in hoofden van pensioenfondsbestuurders wat ruimte, die oh zo nodig is in de periode van besluitvorming richting een nieuw pensioenstelsel.

X
Cookies help us improve your website experience.
By using our website, you agree to our use of cookies.
Confirm