Een nieuw pensioenstelsel moet leiden tot een toereikend pensioen voor alle werkenden, het moet transparant en eenvoudig zijn, het moet ruimte bieden voor maatwerk en keuzemogelijkheden en er moet sprake zijn van actuarieel faire pensioenpremie in relatie tot de opbouw.

Een hele mond vol. Een belangrijke achtergrond is dat het stelsel toekomstbestendig moet zijn en het vertrouwen in het stelsel moet herstellen.

Veel gehoorde argumenten zijn dat:

  • De marktrente er voor zorgt dat pensioenen niet geïndexeerd kunnen worden;
  • Buffers sneller uitgekeerd moeten worden;
  • Mensen het stelsel niet begrijpen.

Persoonlijk pensioenvermogen als toekomstbestendige oplossing?

Een overstap op een persoonlijk pensioenvermogen zou een oplossingsrichting kunnen zijn en heeft als voordeel dat je duidelijk aan deelnemers kunt communiceren hoeveel vermogen er voor een ieder in de pot zit. En dat er daarnaast minder druk aanwezig is om de huidige lage rentes en het renterisico af te dekken.

Berekeningen laten zien dat de te verkrijgen pensioenen uit deze persoonlijke potten, gemeten over de hele pensioneringsperiode, redelijk vergelijkbaar zijn met bestaande contracten. Dit is ook heel logisch als er aangenomen wordt dat er per saldo een gelijke premie wordt ingelegd en er een vergelijkbaar rendement gemaakt wordt. De totale pensioenkoek wordt dan niet groter. Een stelselherziening is vooral een verdelingsvraagstuk. Hoe verdelen we de gespaarde koek, wie krijgt wat?

Wat zijn de gevolgen?

Als je dieper inzoomt op de berekeningen en kijkt wat een persoonlijke pensioen pot voor de uitkeringen betekent, dan leidt dit wel degelijk tot een ander patroon van uitkeringen over de tijd. Eenvoudig gezegd, de buffers in de bestaande contracten leiden ertoe dat er nu minder indexatie kan worden gegeven, maar het weglaten van een buffer, leidt er toe dat pensioenuitkeringen meer volatiel worden en dat het verlagen van uitkeringen geen uitzondering meer is.

Dit laatste botst met de noodzakelijke voorwaarde dat het pensioen begrijpelijk is en dat het vertrouwen in het stelsel wordt hersteld. Daarmee is de behoefte geboren om in het persoonlijke pensioencontract elementen in te bouwen die deze volatiliteit van het uitkeringspatroon kunnen terugdringen. Echter, het inbouwen van mechanismen om fluctuaties in het uitkeringenpatroon te dempen gaat al snel gepaard met voor deelnemers minder transparante mechanismes. Hier lijkt een keuze gemaakt te moeten worden tussen eenvoud en uitlegbaarheid aan de ene kant en stabiliteit van pensioenuitkeringen anderzijds.

Of toch de indexatieregels aanpassen?

Een andere manier om het pensioenstelsel te hervormen is om binnen de huidige collectieve contracten de indexatieregels aan te passen, waardoor er minder focus is op het geven van garanties op nominale pensioenaanspraken en er meer ruimte is voor toeslagverlening. In de volksmond heet dit het 1B contract. Dit contract heeft minder last van het lastige “invaarprobleem” en biedt wellicht meer zekerheid ten aanzien van het overeind houden van de verplichtstelling, maar roept weer een andere discussie op. Namelijk die van de rekenrente. Hierover is door velen al betoogd dat die gebaseerd moet zijn op de marktrente terwijl anderen juist pleiten voor een meer stabiele disconteringsvoet. Elementen in deze discussie zijn: objectiviteit, overdracht van middelen, stabiliteit van de dekkingsgraad en daarmee de toeslagen, impact op het beleggingsbeleid, hedgebaarheid, …

Er is helaas geen eenvoudige oplossing voor dit complexe probleem. En aan dit probleem is naar ons idee ook al genoeg gerekend. Het komt daarmee vooral aan op besluiten nemen.

Hoogste tijd om keuzes te maken

Ondertussen lijkt er minder discussie te zijn over het onderdeel van de actuarieel faire pensioenopbouw. Ofwel het afschaffen van de doorsnee systematiek. Rondom dit onderwerp zijn er nog vele vragen te beantwoorden en moeten sociale partners en pensioenfondsen nog flinke keuzes maken. Op dit moment lijkt dit nog beperkt op de tafels van sociale partners en pensioenbestuurders te worden besproken.