Bij de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel staan pensioenfondsen voor een belangrijke invaar-uitdaging: de verdeling van het huidige collectieve vermogen naar individuele vermogens. In de conceptwetgeving wordt een tweetal methodes voor invaren aangereikt: de standaardmethode en de Value Based methode. Elk pensioenfonds dient een besluit te nemen over de invaarmethodiek en beoordeelt zelf in hoeverre het invaren evenwichtig is.

Wat zijn de voor- en nadelen van beide invaar-methodes en welke past het beste bij het fonds?

  • De standaardmethode is goed uitlegbaar, maar veelal niet passend bij de ambities van het fonds
  • De standaardmethode lijkt passend voor fondsen met een dekkingsgraad rond de 100% op het moment van invaren. Bij hogere dekkingsgraden wijkt de methode te veel af van de verdeelregels in het nFTK, waardoor de contractwaarde van oudere deelnemers harder stijgt dan die van jongere deelnemers (zie eerdere publicatie Value Based ALM)
  • De Value Based methode is minder goed uitlegbaar, maar biedt wel flexibiliteit
  • De Value Based methode biedt (impliciet) enige ruimte om bij het invaren rekening te houden met de (reële) ambitie van het fonds.

Voor beide invaarmethoden geldt dat ze bij het toedelen van het vermogen naar individuele kapitalen niet expliciet rekening houden met de huidige (reële) ambitie van het fonds. Wij pleiten dan ook voor de mogelijkheid de indexatieambitie mee te kunnen wegen in de verdeling van het fondsvermogen. We zien hiervoor verschillende mogelijkheden. Op korte termijn zal Ortec Finance de beschreven methoden uitgebreider toelichten en kwantitatief illustreren in een rapport.

Daarbij zijn er alternatieven mogelijk die rekening houden met de bestaande indexatieachterstanden.

De huidige conceptwetgeving biedt standaard geen mogelijkheid expliciet rekening te houden met de reële ambitie van het fonds bij het invaren van bestaande aanspraken. Bij de standaardmethode speelt de reële ambitie sowieso geen rol. Bij de Value Based methode is er ruimte om rekening te houden met de reële ambitie van het fonds. Met deze methode volgt bij een dekkingsgraad boven de 100% namelijk altijd een onverdeeld vermogen. Deze kan het fonds inzetten om de gewenste toedeling op basis van een reële ambitie te bereiken. Hierbij moeten fondsen echter wel aantonen dat het kapitaal dat deelnemers meekrijgen minimaal gelijk is aan de Value Based invaarmethode.

Voor fondsen met een dekkingsgraad boven de 100% pleiten wij voor meer vrijheden om het eigen vermogen toe te delen volgens reële ambitie, zonder minimale toets op basis van de Value Based invaarmethode.

Gerelateerde insights

X