Deze week is de Algemene maatregel van bestuur gepubliceerd waarin is opgenomen dat fondsen al mogen indexeren wanneer de beleidsdekkingsgraad hoger is dan 105%. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de oproep van veel fondsen om eerder te kunnen indexeren en daarmee de oplopende achterstanden niet verder te laten toenemen. Om gebruik te kunnen maken van de tijdelijke maatregel, moet echter aan veel voorwaarden worden voldaan.

De maatregel is tijdelijk en geldt alleen voor indexatiebesluiten die in de tweede helft van 2022 worden genomen. De bedoeling is dat fondsen vanaf 1 januari 2023 ook gebruik mogen maken van het transitie-FTK, waarin ook versoepelde indexatieregels gelden ten opzichte van het reguliere FTK.

  • Tijdelijke maatregel die indexatie eerder mogelijk maakt, wordt verwelkomd

  • Fondsen moeten aan vele voorwaarden voldoen:

    • Intentie om in te varen in één van de twee nieuwe contracten

    • Intentie om in de tussentijd te kiezen voor het transitie-FTK

    • Kwantitatief beschrijven van de generatie effecten

    • Aangeven welke maatregelen er genomen worden als later besloten wordt om toch niet in te varen

  • Het is zeer de vraag hoeveel fondsen hiervan gebruik zullen maken wanneer deze maatregel zonder aanpassing wordt aangenomen.

Om gebruik te kunnen maken van de tijdelijke maatregel, moet aan veel voorwaarden worden voldaan. Zo moeten fondsen de intentie hebben om in te varen in één van de twee nieuwe contracten en de intentie hebben om in de tussentijd te kiezen voor het transitie-FTK. Beide intenties moeten ook onderbouwd worden. De eerste zal voor veel fondsen geen probleem zijn. Veel fondsen zijn op dit moment nog in de oriëntatiefase en hebben nog niet besloten om niet in te varen. Kostentechnisch is bijeenhouden van oude en nieuwe aanspraken een goed uitgangspunt en eerste analyses laten zien dat het mogelijk is om bij het invaren te zorgen dat er geen generaties zijn die significant nadeel ondervinden.

De onderbouwing om naar een transitie-FTK te gaan is aanzienlijk lastiger. Het transitie-FTK geeft weliswaar eerder perspectief op indexaties, maar daarnaast ook tot een grotere kans op kortingen. Immers als bij een lagere dekkingsgraad het behalen van de kritische dekkingsgraad niet meer mogelijk lijkt, dan vereist het nu voorliggende transitie-FTK dat het hierdoor ontstane tekort over de steeds korter wordende periode tot aan het transitiemoment wordt uitgesmeerd. Hierdoor kunnen kortingen op de nominale aanspraken veel groter worden dan er in het nieuwe stelsel nodig is. In het nieuwe stelsel mogen tekorten namelijk over een langere periode uitgesmeerd worden. Berekeningen van Ortec Finance hebben eerder aangetoond dat het daarmee sterk de vraag is of het wel in het belang van ingegane pensioenen is om het transitie-FTK toe te passen. In de slecht weer situatie is de nominale korting veel groter dan in het huidige stelsel.

Om gebruikt te maken van de tijdelijke maatregel tot eerder indexeren, moet een fonds kwantitatief beschrijven wat de generatie effecten zijn per leeftijdscohort en welke maatregelen er genomen worden indien later besloten wordt om toch niet in te varen. Met name deze eisen kunnen leiden tot extra complexiteit.
Een kwantitatieve onderbouwing is niet alleen tijdsintensief, ook is onduidelijk hoe dit vormgegeven moet worden. Een hogere indexatie heeft op dit moment voor alle deelnemers hetzelfde effect, namelijk exact de toegepaste verhoging. De toekomstige effecten zijn echter moeilijker (of niet) in beeld te brengen. Dit vraagt namelijk dat helder is hoe deze toekomst er precies uitziet. Je kunt hierbij uitgaan van ofwel het effect binnen het huidige FTK ofwel het effect na transitie. Het effect binnen het huidige FTK kan worden gemeten, door bijvoorbeeld het toepassen van een haalbaarheidstoets op basis van zowel de situatie met en zonder deze eenmalig hoger toeslagverlening en hieruit de effecten op het pensioenresultaat per generatie te bekijken. Echter gaat deze berekening uit van voortzetting van het FTK, wat niet in lijn is met de uitgesproken intentie om over te gaan naar één van de twee nieuwe contracten.

Een alternatief is om wel te kijken wat de impact voor generaties is bij overgang naar het nieuwe stelsel. De hogere indexatie drukt namelijk ook de dekkingsgraad en betekent dus in geval van invaren in één van de twee nieuwe contracten dat de dekkingsgraad waarmee wordt ingevaren lager is. Welk effect dat precies op welke generatie heeft, hangt volledig af van de verdeelregels die bij transitie worden afgesproken. De meeste fondsen (en sociale partners) hebben op dit moment nog geen keuze gemaakt welk van de twee contracten hun voorkeur heeft, laat staan op welke wijze de verdeling bij invaren plaatsvindt. Een echte kwantitatieve onderbouwing binnen één van de nieuwe contracten is daarmee dus niet te geven. Hooguit kan worden getoond hoeveel verschillende generaties bij invaren volgens de standaardmethode mee zouden krijgen ten opzichte van de situatie waarbij de eenmalige hogere indexatie wordt toegepast

Ook de eis dat fondsen aangeven welke maatregelen er genomen worden indien later besloten wordt om toch niet in te varen, is complex. Hier geldt dat fondsen in hun besluitvorming nog lang niet zover zijn hierover na te denken en besluitvorming op te nemen.

Al met al is het eerder mogelijk maken van indexatie een welkom gebaar in de sector. Waarbij het maar zeer de vraag hoeveel fondsen hiervan gebruik zullen maken wanneer de tijdelijke maatregel in zijn huidige vorm wordt aangenomen, mede vanwege de vele voorwaarden waaraan fondsen moeten voldoen om dit te kunnen doen.

Gerelateerde insights

X