Afgelopen week heeft minister Koolmees de uitwerking van de uniforme rekenmethodiek (URM) gepubliceerd. Het belangrijkste uitgangspunt van de URM is dat deelnemers van een pensioenregeling een zo realistisch mogelijk beeld krijgen van de totale oudedagsvoorziening (AOW en pensioen) in een optimistisch, verwacht en pessimistisch scenario.

Pensioenuitvoerders dienen vanaf 1 januari 2019 de URM te hanteren voor het communiceren van pensioenbedragen naar deelnemers. Vanwege de verschillende karakters van mogelijke pensioenregelingen zijn er meerdere manieren om de URM te implementeren volgens de nieuwe richtlijnen. De pensioenuitvoerder kan zelf bepalen welke van de twee mogelijke methodes te hanteren. Ortec Finance ondersteunt u als uitvoerder graag bij de keuze en technologie voor de uiteindelijke implementatie van de uniforme rekenmethodiek.

De ‘principle-based’ generieke methode

Voor zowel uitkerings-, premie- als kapitaalovereenkomsten berekent de pensioenuitvoerder op individueel niveau de ontwikkeling van de pensioenaanspraken en –kapitalen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanpassingen van het pensioen zoals toeslagverlening, pensioenopbouw en/of rendementsbijschrijving. In dit geval rekent de pensioenuitvoerder voor elke deelnemer 2000 scenario’s door, om vervolgens het optimistisch, verwacht en pessimistisch niveau van de pensioenuitkering te bepalen aan de hand van het 95e, 50e en 5e percentiel. Pensioenfondsen kunnen voor communicatie over verwachtingen in een uitkeringsovereenkomst via deze methode gebruik maken van de scenario’s voor toeslagverlening en pensioenopbouw uit de haalbaarheidstoets. Omdat overige pensioenuitvoerders geen jaarlijkse haalbaarheidstoets uitvoeren, dienen zij op een andere manier een zo realistisch mogelijke projectieberekening van deze factoren te maken.

De ‘rule-based’ rekenmethode 1

De rekenmethode 1 houdt in dat de pensioenuitvoerder van een uitkeringsovereenkomst op regeling niveau per scenario en per jaar twee getallen berekent: een cumulatieve koopkrachtfactor en een aanpassingsfactor oorspronkelijke pensioenopbouw. In dit geval rekent de pensioenuitvoerder voor elke regeling 2000 scenario’s door van de koopkrachtfactor en pensioenopbouwfactor. Deze factoren worden vervolgens toegepast op het opgebouwde en toekomstige pensioen van de deelnemer om vervolgens het optimistisch, verwacht en pessimistisch scenario te bepalen aan de hand van het 95e, 50e en 5e percentiel. Pensioenfondsen kunnen via deze methode wederom gebruik maken van de scenario’s voor toeslagverlening en pensioenopbouw uit de haalbaarheidstoets.

Wanneer welke methode?

Elke pensioenuitvoerder is in principe vrij om zelf te bepalen op welke manier de URM geïmplementeerd wordt. Echter, op basis van het type pensioenregeling en type pensioenuitvoerder liggen bepaalde keuzes in bepaalde mate voor de hand. Omdat pensioenfondsen grotendeels uitkeringsovereenkomsten uitvoeren en op een jaarlijkse basis een haalbaarheidstoets uitvoeren zijn zij sneller in staat om de minder rekenintensieve rekenmethode 1 te implementeren. Andere pensioenuitvoerders met een uitkeringsovereenkomst moeten bekijken of het eenvoudig is om de pensioenregeling per scenario en per jaar samen te vatten in een koopkracht en pensioenopbouwfactor. In dat geval kunnen zij ook voor rekenmethode 1 kiezen. Voor pensioenuitvoerders met een premie- of kapitaalovereenkomst ligt de generieke methode meer voor de hand.

Implementatie van de uniforme rekenmethodiek

De implementatie van de URM, of het nu de generieke of rekenmethode 1 is, vergt inhoudelijk technisch als mede op het gebied van informatietechnologie de nodige aandacht. Vanuit haar ervaring als software ontwikkelaar voor individuele financiële planning en ALM-specialist voor alle type pensioenuitvoerders, kan Ortec Finance de voor de URM benodigde technologie aanbieden. Daarnaast kunnen wij u als pensioenuitvoerder helpen om te bepalen via welke methode de URM voor uw type pensioenregelingen het meest geschikt is.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de Uniforme Rekenmethode en de implementatie van de benodigde rekenfunctionaliteit? Neem dan contact op met Chantal de Groot of Rutger de Wit.