De witte rook van het pensioenakkoord is nog niet weggetrokken of er is weer ander nieuws in pensioenland. Het advies van de Commissie Parameters, onder leiding van Jeroen Dijsselbloem, is verschenen, samen met de brief van minister Koolmees waarin hij aangeeft het advies over te nemen. Deze brief zal echter met minder gejuich worden ontvangen, de rente gaat namelijk omlaag evenals de verwachte rendementen.

Het rapport van de Commissie Parameters is helder: ingrijpen in de marktrente hoeft pas vanaf looptijd 30 en de huidige maximale rendementen zijn, zeker bij de huidige lage rentes, te hoog. Voor fondsen betekent dit dat zij hun dekkingsgraad en herstelcapaciteit zien dalen. En een aantal fondsen ziet daarnaast ook hun benodigde premie stijgen.

UFR

In hun rapport geeft de commissie aan op basis van wetenschappelijke literatuur, bevraging van nationale en internationale deskundigen en een enquête onder marktpartijen, te hebben besloten de UFR-methodiek aan te passen. De liquiditeit in de markt is tot een looptijd van 30 jaar voldoende groot, dat geen ingrijpen in de marktrente nodig is. Daarnaast adviseert de commissie om de ingroeifactor te verlagen en het niveau van de UFR te bepalen als het 10-jaars ongewogen voortschrijdend gemiddelde van de 30-jaars forward rente in plaats van de 20-jaars forward rente. Een gevolg van bovenstaande aanpassingen is dat de rentecurve minder afhangt van de hoogte van de UFR.

Bij elkaar leiden deze maatregelen tot een daling van de UFR. En als gevolg daarvan een daling van de dekkingsgraad van de fondsen. De commissie schat de impact zelf in op een daling van de dekkingsgraad van gemiddeld 2,5%. Na de verlichting die het pensioenakkoord vorige week bracht, waarin werd afgesproken dat kortingen niet toegepast hoefden te worden bij een dekkingsgraad van meer dan 100%, is dit een domper voor veel fondsen die op het randje van korting verkeren. Het enige lichtpuntje is dat DNB heeft aangegeven het UFR-advies te implementeren, maar dit niet eerder te zullen doen dan op 1 januari 2021. Tot die tijd blijft de huidige UFR-methodiek gehandhaafd.

Verwachte rendementen

Naast de aanpassing van de UFR worden ook de verwachte rendementen naar beneden bijgesteld. De reden voor de verlaging is wisselend per beleggingscategorie, maar gestoeld op historische en wetenschappelijke data in combinatie met de huidige lage rente.

Ook dit is slecht nieuws voor een aantal fondsen. De fondsen gebruiken de verwachte rendementen in de beoordeling of er al dan niet geïndexeerd/gekort kan of moet worden en die een deel van de fondsen ook gebruikt in de premiestelling.

De commissie schat in dat de kritische dekkingsgraden – de grens van de dekkingsgraad waaronder kortingen in een herstelplan noodzakelijk worden – stijgen met gemiddeld 6,5%-punt en dat de hoogte van de dekkingsgraad waarbij volledige prijsindexatie is toegestaan stijgt met gemiddeld 2,7%-punt.

En fondsen die nu hun premie baseren op basis van de maximale parameters, zullen ook op korte termijn met de sociale partners om tafel moeten. Bij deze fondsen betekent de aanpassing dat ofwel de premie omhoog moet, ofwel de opbouw omlaag. Het kabinet heeft aangegeven dat fondsen in hun premiestelling voor 2020 (waarvoor het besluit in 2019 wordt genomen) nog wel rekening mogen houden met de oude maxima.

 

Neem contact met ons op