De transitie naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp) leidt tot een fundamentele herinrichting van het pensioenvermogen.
Door de expliciete scheiding tussen het vermogen voor risico deelnemers en het vermogen voor risico fonds beschikt het pensioenfonds over minder vrij aanwendbare middelen om tegenvallers in voorzieningen en reserves op te vangen. Tegelijkertijd blijft dit vermogen cruciaal voor de financiële stabiliteit van het fonds.
Juist omdat het vermogen voor risico fonds onder de Wtp relatief beperkt is, neemt het belang toe van een expliciet en passend beleggingsbeleid. Keuzes ten aanzien van inflatie en rentegevoeligheid, de voorwaardelijkheid van verplichtingen en de mate van risicodragend beleggen hebben directe gevolgen voor de robuustheid van voorzieningen zoals de kostenvoorziening en de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.
In dit document wordt uiteengezet hoe verplichtingen en reserves binnen het vermogen voor risico fonds kunnen worden gewaardeerd en belegd onder de Wtp. Daarbij wordt inzicht gegeven in de beleidskeuzes die pensioenfondsen moeten maken om schokken op te vangen zonder directe doorwerking naar het deelnemervermogen.
Download het volledige artikel voor een verdiepend kader, inclusief concrete aandachtspunten voor bestuur en intern toezicht.
Contact
Sacha van Hoogdalem
Managing Director